De ouder wordende atleet

Zoals ik een tijdje geleden aangaf in een column over Chris Horner ben ik een stuk gaan schrijven over ouder wordende atleten.  Dit verhaal is dus gemaakt  met de gedachte in het achterhoofd dat ik wilde weten of atleten van over de veertig een fysieke ’beperking’ hebben ten opzichte van hun jongere collega’s.  Het gaat dus over processen in het lichaam die zich tussen de 30-50 jaar in het lichaam afspelen. Daarboven kunnen deze processen sneller gaan en kloppen de getallen die ik straks ga beschrijven vaak niet meer. Overigens is er heel veel onderzoek gedaan bij 65-plussers omdat mensen zich afvragen of de fysieke achteruitgang op oudere leeftijd met training te voorkomen is, onderzoek bij topsporters is, zoals zo vaak, schaars.

Allereerst is het interessant om te kijken naar de prestaties van ouder wordende atleten. Het artikel van Ray Fair kijkt naar de wereldrecords per leeftijdscategorie bij atletiek, zwemmen en het schaken. Daarbij, hoewel de schrijver anders beweert,  zitten wel wat haken en ogen aan. De belangrijkste zijn dat naarmate de leeftijd vordert, het aantal deelnemers in de top minder wordt. Minder concurrentie geeft een lagere prestatiedruk en dus minder scherpe records. De resultaten geven aan dat het prestatievermogen tot een bepaalde leeftijd lineair naar beneden gaat en daarna exponentieel.  Hij vindt een mindere prestatie van meer dan 5 % voor atleten rond de 42 jaar bij het hardlopen 1.

 De belangrijkste oorzaken voor dit verval liggen bij een verlies aan kracht en iets dat daar gedeeltelijk mee samenhangt: verlies aan maximale zuurstofopname. Verlies van  spiervezels  van de man begint al rond het 30ste levensjaar, maar gaat pas echt hard rond de vijftig. Verlies van vezels is niet door training te voorkomen, hooguit kan door hypertrofie de achteruitgang in kracht vertraagd worden 2. Het verlies van vezels komt door een verlies van motorunits. Dat is het eindpunt van een klein zenuwtakje waar een aantal spiervezels bij horen. Het interessante is dat voornamelijk motorunits van snelle spiervezels verdwijnen. Oudere mensen worden dus vooral minder sterk en snel. Omdat bij het ouder worden sowieso er een verschuiving plaatsvindt van type 2 (snel) naar type 1 (langzaam, maar efficiënt) vezels blijft uithoudingsvermogen vaak wel lang goed.

Een tweede punt is de maximale zuurstof opname(VO2max). Deze parameter wordt als heel belangrijk gezien in de sport en geeft aan hoeveel zuurstof een sporter maximaal per minuut kan opnemen. De gebruikelijke manier van weergeven is het aantal milliliter zuurstof per kilogram per minuut. Veel artikelen laten een verlies in VO2max zien bij oudere mensen van 5-10 procent per 10 jaar Daar moet wel een aantekening bij worden gemaakt. Oudere mensen worden vaak zwaarder, daardoor is de VO2max per kilogram ook al lager dan vroeger. Atleten die naarmate ze ouder werden veel bleven trainen laten een lagere daling in VO2max zien 3. In dat artikel van Trappe et al. waren er zelfs  2 die in 10 jaar maar 2% achteruitgegaan waren in VO2max . We hebben het dan wel over atleten die de leeftijd van Chris Horner hebben. De mannen van rond de 60 lieten wel een veel grotere daling zien.

De VO2max loopt terug doordat de maximale hartslag terugloopt en de spiermassa afneemt. Een bekende formule om de maximale  hartslag te schatten (deze is overigens niet echt precies) is 220-leeftijd. Dit laat al zien dat de maximale hartslag terugloopt. Hier valt niet tegenop te trainen. Wat mogelijk wel op peil gehouden kan worden is het slagvolume  van het hart. Dit is de hoeveelheid bloed die een hart per slag kan rondpompen. Als ouder wordende mensen niet trainen, loopt dit ook terug. Sommige artikelen laten zien dat je dit door training op peil kan houden, terwijl andere studies dit effect van training niet vinden 4. Interessant is dat het cardiovasculaire systeem nog gevoelig blijft voor training. Je kunt dus op je vijftigste vorderingen maken door harder te gaan trainen.

Is het nou helemaal hopeloos als je ouder wordt? Gelukkig niet, want de zuurstofconsumptie op de lactaatdrempel (het punt waarin een sporter exponentieel meer melkzuur in zijn bloed krijgt) daalt minder snel met ouder worden dan de maximale zuurstofconsumptie. En de lactaatdrempel is voor duursporters belangrijker dan de maximale zuurstofopname. Dat de lactaatdrempel redelijk  in tact blijft klopt ook wel met het gegeven dat er relatief meer type-1 spiervezels komen. De uitdrukking een taaie oude baas, klopt dus ook wel.

Ten slotte nog even terug naar Chris Horner. In mijn column liet ik al zien dat zijn wattages niet buitenaards zijn. Het zou helemaal mooi zijn als we oudere wattages van Horner zouden hebben, want dan kon je die mooi vergelijken. Nu we die niet hebben blijft het een beetje gissen. Maar uit alles wat we net gezien hebben blijkt dat een atleet boven de 40 langzaam minder wordt. Laten we er van uitgaan dat Horner een uitzonderlijke renner is en hij nauwelijks is achteruitgegaan. Dan nog is de stijgende lijn in de uitslagen in zijn carrière opmerkelijk. Met een lichaam dat steeds een heel klein beetje minder wordt worden de uitslagen beter. Dat betekent dat of de concurrentie minder is geworden  of hij wel een hele bijzondere trainingsmethode heeft ontdekt…

Literatuur

1)Fair RC. Estimated age effects in athletic events and chess. Exp Aging Res. 2007 ;33(1):37-57

2)Prescott,JW, Yu JS. The Aging Athlete: Part 1,“Boomeritis” of the Lower Extremity. AJR Am J Roentgenol. 2012 Sep;199(3):W294-306.

3)Trappe SW, Costill DL, Vukovich MD, Jones J, Melham T, Aging among elite distance runners: a 22-yr longitudinal study.J Appl Physiol 1985. Jan;80(1):285-90.

4)Hawkins SA and Wiswell RA, Rate and Mechanism of Maximal Oxygen Consumption Decline with Aging, Implications for Exercise Training, Sports Med 2003; 33 (12): 877-888

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *